The Practice of Social Research 12th edition (Babbie, 2010)

The Practice of Social Research
Twelfth (12th) Edition
Part 1 An Introduction to Inquiry
Part 2 The Structuring of Inquiry: Quantative & Qualitative
Part 3 Modes of Observation: Quantitavive and Qualitative
Part 4 Analysis of Data: Quantitative and Qualitative
01. Human Inquiry and Science
Het onderzoeksproposal (p. 27)
1. Introductie (Ch. 1)
2. Literatuur bespreking (Ch. 2, 17; Appendix A.
3. Probleembeschrijving en onderzoeksvragen
(Ch. 5, 6 en 12)
4. Onderzoeksontwerp (Ch. 4)
a. Dataverzameling (Ch. 4, 8, 9 10 en 11)
b. Sampling (Ch. 7)
c. Ethische kwesties (Ch. 7)
5. Dataanalyse (Ch. 13, 14, 15, 16)
6. Referenties (Ch. 17, Appendix A)
04. Research Design
Drie doelen van sociaal onderzoek
1. Verkenning
1. De onderzoeker is nieuwsgierig en wil iets
beter leren begrijpen
2. Verkennen van de mogelijkheden om een
meer intensiever onderzoek op te zetten
3. Om een methodiek te ontwikkelen die
toegepast kan worden in een vervolgonderzoek
Tekortkomingen
1. Vaak niet representatief
2. Leveren onvoldoende heldere antwoorden op
2. Beschrijvend
vaak gekoppeld aan verklarend onderzoek
3. Verklarend
"nomothetic explanation" (p.94) = onderzoekers zijn geintresseerd in een aantal factoren die een groot
deel van de variaties in gebeurtenissen of situaties verklaren.
1. Er moet een directe oorzaakgevolg relatie
zijn tussen twee variabelen
"correlatie"
een empirisch bewezen relatie tussen twee
variabelen
hoeft nog niet te betekenen dat er een causale
relatie is tussen twee variabelen, maar ik wel
een criteria.
1. Verandering in de ene variabele heeft invloed
op de tweede, geassocieerde variabele
2. specifieke kenmerken van een variabele zijn
geassocieerd met kenmerken van een andere
variabele
2. Volgorde in tijd
Er is alleen sprake van een causaal verband als
de oorzaak in tijd voor het effect plaatsvindt
3. "Nonspuriousness" (p.95)
Het effect kan niet verklaard worden door een
derde variabele
"spurious relationship"
dit model leent zich voor testen van hypothese,
onderbouwt door mate van statistische
significantie
Nomothetische causaliteit zegt niet...
dat het een complete verklaring betreft (meestal te
probabilitisch en incompleet)
dat uitzonderingen een causaal verband
ontkrachten
causale verbanden niet waar zijn als ze niet van
toepassing zijn op een groot gedeelte van de
onderzochte casussen
Oorzaak
"necessary cause"
een conditie die aanwezig MOET zijn om tot het
effect te leiden
"sufficient cause"
een conditie die, als aanwezig, het gewenste
effect oplevert
"The discovery of a cause that is both necessary
and sufficient is, of course, the most satisfying
outcome in research" (p.97).
"idiographic explanation" (p.94) = onderzoekers
zijn geintresseerd in alle factoren die de
variaties in een bepaalde gebeurtenis of
situatie verklaren
"Units of analysis"
Het 'wie' of 'wat' dat onderzocht wordt
Individuen
Worden vaak gekarakteriseerd als leden van een
sociale groep
Beschrijvingen van individuen worden
geaggregeerd en gemanipuleerd om sociale
groepen en hun interacties te beschrijven en te
verklaren.
Groepen
Organisaties
Sociale interactie
Sociaal artefact/product
Elk product van sociale wezens of hun gedrag
meestal ook de "units of observation"
Levert een beschrijving op van alle elementen en
om verschillen tussen deze elemementen te
verklaren
Foute redeneringen
"The ecological fallacy" of ecologische valkuil
de aanname dat het geleerde over een
ecologische eenheid ook iets zegt over de
individuen die deel uitmaken van deze eenheid
je bestudeerd de ene eenheid, maar trekt
conclusies over de andere eenheid.
Reductionisme
Het verklaren van een fenomeen met beperkte
en/of lageorde concepten
Daarmee wek je de suggestie dat specifieke
eenheden of variabelen meer relevant zijn dan
anderen.
Factor "tijd" in ontwerp
crosssectional study
momentopname van een sample, doorsnede,
bevolking of fenomeen
Probleem is dat de conclusies uit een
momentopname worden getrokken, maar als doel
hebben om causale verbanden over een langere
periode uit te leggen
longitudinal study
ontwerp voor observatie van eenzelfde fenomeen
over een langere periode
1. Trend
bestudeerd veranderingen binnen een populatie
over een bepaalde periode
2. Cohort
bestudeerd veranderingen binnen een
subpopulatie over een bepaalde periode
3. Panel
bestudeerd veranderingen binnen dezelfde groep
personen over een bepaalde periode
"Panel attrition" = als respondenten uit eerste
onderzoek niet meedoen aan tweede onderzoek.
data wordt verzameld op meerdere
tijdsmomenten
Vaak tijdrovend en kostbaar, maar met duidelijke
voordelen
"Traditional Image of Research Design" (p.114)
Begin met het afvragen van...
1. Je interesse
2. Je mogelijkheden
3. Beschikbare middelen
Onderzoeksproposal (p.119120)
basiselementen
1. Probleem en doelstelling
2. Literatuur bespreking
3. Onderzoeksobjecten
4. Onderzoeksinstrument
Wat zijn de kernvariabelen
Hoe ga je die omschrijven en meten?
5. Dataverzameling methoden
6. Dataanalyse
7. Planning
8. Budget
"If you're going to invest your time and energy
in such a project, you should do what you can
to insure a return on that investment" (p.120)
06. Indexes, Scales, and
Typologies
"composite measures of variables"
Deze samenvatting is
uit het Engels en betreft
een onderwerp dat nog
niet volledig wordt
begrepen. Dit gedeelte
van de mindmap dus
kritisch benaderen,
controleren en
corrigeren/aanvullen.
Vaak gebruikt in kwantitatief onderzoek
1. Onderzoekers willen vaak variabelen
bestuderen die geen eenduidige of
ondubbelzinnige enkele indicatoren
kennen.
Vaak ook moeilijk bij complexere zaken, waar
onderzoekers geen enkele indicatoren kunnen
ontwikkelen zonder eerst het onderzoek gedaan
te hebben.
Elke van deze indicatoren is waarschijnlijk niet
valide of betrouwbaar voor vele deelnemers aan
het onderzoek
Dit kan voorkomen worden door een
samengesteld meetinstrument
2. Onderzoekers willen misschien een ordening
aanmaken in verschillende categorien
3. Indexen en schalen zijn efficiente
instrumenten voor dataanalyse
door meerdere dataitems te mee te nemen in de
analyse ontstaat een meer omvattende en
kloppende indicatie
je moet je wel realiseren dat indicatoren vaak
onafhankelijk van elkaar kunnen zijn.
Index
Een type samengesteld meetinstrument dat
specifieke observaties samenvat en in een
bepaalde volgorde van grootte of belang
plaatst en een representatie is van een
algemenere dimensie.
Maar niet alle indicatoren van een variabele zijn
even belangrijk of tellen even zwaar mee, dit
wordt in een index niet meegenomen.
Schaal
Een type samengesteld meetinstrument die
bestaat uit meerdere items met een logische of
empirisch onderbouwde structuur.
Er is meer vertrouwen op het bereiken van
ordinaliteit omdat de intensiteit van de
indicatoren van de variabele worden
meegenomen.
Een schaal is een verzameling items waarbij de
antwoorden iets zeggen over een
construct/idee/concept > deze items staan in
een bepaalde volgorde
Als respons respondent bij vraag 1 die score
heeft, dan zou je er van uit moeten kunnen gaan
dat deze (relatieve) score ook bij andere vragen
in die schaal voorkomt.
"Recall at this point that one of the chief
functions of scaling is efficient data reduction.
Scales provide a technique for presenting data
in a summary form while maintaining as much
of the original information as possible" (p.182).
Overeenkomsten index schaal
Wij maken niet het onderscheid tussen index en
schaal, noemen het schaal
ordinale metingen van variabelen
"Bij een ordinale schaal is de volgorde duidelijk, maar
zijn de verschillen niet interpreteerbaar: 'zeer mee eens'
ligt niet noodzakelijk net zo ver boven 'mee eens' als
dat 'mee eens' boven 'neutraal' ligt"
composite measures of variables = metingen
gebaseerd op meer dan een dataitem
Constructie van index
1. Selecteren van de items
selecteren van de items voor de samengestelde
index die je ontwikkeld om een variabele te
meten
Criteria
a. "Face validity"
logische validiteit
ieder item dat gemeten wordt heeft ook
daadwerkelijk met de variabele te maken
b. Eendimensionaliteit
een samengesteld meetinstrument
representeert een dimensie van een concept
Je gaat niet naar het geloof vragen als je de
politieke voorkeur aan het meten bent.
c. Generiek of specifiek?
keuze maken, hangt af van hoe specifiek of
generiek de variabele is.
d. Variatie
dekken de items in het meetinstrument het
spectrum van de variabele, is het
evenredig verdeeld?
2. Bestuderen van de empirische relaties
als er een empirische relatie bestaat tussen
meerdere items, dan selecteer je deze items
voor je dataanalyse
een empirische relatie ontstaat wanneer de
antwoorden van respondenten op een item ons
helpt te voorspellen wat ze zouden
antwoorden op een ander item
als twee items empirisch gerelateerd zijn dan
kan je argumenteren dat ze de zelfde variabele
vertegenwoordigen
Twee mogelijke relaties tussen items
a. "Bivariate relationships"
Een relatie tussen twee variabelen
Als bijv. uitkomsten van twee items een
bepaalde mate dezelfde variabele
vertegenwoordigen
is dat niet het geval, gooi dan een van de items
weg
als er een perfecte relatie is, dan hoeft er maar
een van de items opgenomen te worden.
let op of de items het "effect" van de variabele
meten of de "oorzaak" van de variabele
het kan zijn dat deze items gerelateerd zijn,
maar ook het tegendeel is dan mogelijk
b. "Multivariate relationships"
Relaties tussen meerdere items om een variabele
te meten
Hoe wordt een relatie tussen twee items
beinvloedt door de aanwezigheid van een ander
item
crosstabulations in SPSS
3. Toekennen van scores aan de index
Nadat je beste items hebt geselecteerd, ga je de
antwoordmogelijkheden 'scoren', gewicht en
verdeling, toekennen.
a. Wat is de gewenste reikwijdte van de indexscores?
reikwijdte tussen twee mogelijke tegenpolen in
het antwoord
Wanneer levert een bepaalde indeling van een
schaal geen relevante informatie meer op?
compromis tussen een zo groot mogelijke
rijkwijdte, maar je wil de verkegen data wel zo
inschalen dat je er verder mee kunt werken
b. Welk gewicht geef je een score mee: ieder item
gelijk of toch verschillend?
4. Omgaan met ontbrekende data
Bijna in ieder onderzoek slagen respondenten
er in om een aantal vragen niet te
beantwoorden
erg lastig als je een index bouwt.
Oplossingen
a. Als er heel weinig items waar gegevens
ontbreken kun je er voor kiezen om deze items
uit te sluiten
is het aantal respondenten dat overblijft
voldoende?
blijft het geheel representatief voor verdere
analyse
echter, als je deze elementen er in laat kan het
het karakter van de bevindingen verstoren
b. Soms kan een item met ontbrekende data als
een antwoordmogelijkheid worden gezien
c. Als je de ontbrekende data goed analyseert
kun je het soms beschouwen als een
interpretatie van een mening
5. Index validatie
We nemen aan dat de index een kloppend
meetinstrument van de variabele is
de scores op de index zetten de items op de
juiste volgorde in de termen van de variabele.
a. itemanalyse
inschatting of elk van de items die zijn
opgenomen in de samengestelde meting een
onafhankelijke bijdrage levert, of niets anders
doet dan het kopieren van andere items in het
meetinstrument
Dat kun je berekenen
als een item nauwelijks relaties heeft met de
index, dan mag je er van uitgaan, dat de andere
items dit item uitsluiten > item verwijderen
als een item geen relatie heeft > uitsluiten
b. externe validatie
het proces van het testen van de validiteit van
een meting zoals een index of een schaal, door
het bestuderen van de relaties tussen andere
indicatoren van dezelfde variabele.
correlatie
de mate van volgorde van groepen
respondenten op de index zou de mate van
volgorde van deze groepen moeten voorspellen
bij het beantwoorden van andere items
c. 'bad index vs bad validators'
als er bij interne item analyse inconsistente
relaties tussen items en de index bestaat, dan
klopt er iets niet met de index
als de index er niet in slaagt goed de externe
validiteit van items te voorspellen dan zijn er
twee mogelijkheden:
1. de index meet onvoldoende de betreffende
variabele
2. de items meten onvoldoende de variabele en
leveren daarom geen goede test op van de
index
bestudeer eerst de index voor dat je beslist welke
items onvoldoende opleveren.
Constructie van een schaal
1. Bogardus Social Distance Scale
een meettechniek om de bereidheid van mensen
te bepalen om te participeren in sociale relaties
(of bepaalde gradaties in nabijheid) met andere
mensen.
efficiente techniek om op basis van keuze
deelnemer aan te nemen dat ook
onderliggende keuzes door deze deelnemer
zouden worden gemaakt
richt zich wel op de meerderheid
'reverse social distance scale'
daarmee kijk je naar de sociale afstanden vanuit
het perspectief van de minderheidsgroep
2. Thurstone Scales
een type van samengestelde meting opgebouwd
in samenhang met het 'gewicht' die deelnemers
toewijzen aan verschillende indicatoren van
variabelen.
Wordt niet vaak gebruikt in onderzoek
De kwaliteit van de mening van deelnemers
hangt af van hun kennis en ervaringen, om een
goed oordeel te kunnen geven zouden de
deelnemers zelf onderzoekers moeten zijn
De betekenis die de items die richting een
variabele wijzen heeft verandert gedurende de
tijd
3. Likert Scaling
een type van samengestelde meting in een
poging om de verschillende meetniveaus in
sociaal onderzoek te verbeteren door het gebruik
van gestandaardiseerde antwoordcategorieen in
vragenlijsten, om daarmee te determineren wat
de relatieve intensiteit is tussen verschillende
items.
wij herkennen Likertschalen aan
antwoordmogelijkheden als 'sterk mee eens
mee eens oneens sterk oneens
Een echte Likertschaal berekent ook de
gemiddelde index score voor die respondenten
die het eens zijn met elk van de stellingen
New node
4. Semantic Differential
een format voor een vragenlijst waar de
respondent gevraagd wordt om te kiezen
tussen twee extremen door het gebruiken van
indicatoren die als een brug de twee
extremen met elkaar verbinden
5. Guttman Scaling
een type samengestelde meetinstrument die
gebruikt wordt om discrete observaties samen
te vatten en een meer algemenere variabele te
representeren.
sommige items zijn 'hardere' indicatoren dan
'zachtere' indicatoren van een variabele.
gebaseerd op het idee dat iemand die een
'harde' indicator van een variabele aangeeft, ook
de 'zachte' indicatoren zou opgeven.
de mate waarin een set empirische reacties een
Guttman schaal vormen wordt bepaald door de
nauwkeurigheid waarmee de orginele reacties
gereconstrueerd kunnen worden van de
schaalscores.
percentage van correcte voorspellingen =
coefficient van reproducibility = het
percentage dat kan worden
gereproduceerd door het weten van de
schaal scores die gebruikt zijn om ze
samen te vatten.
coefficients van 90 of 95% zijn standaard
Een hoge graad van reproduceerbaarheid geeft
nog niet de zekerheid dat de schaal die je
construeert ook het feitelijke concept meet dat
je zou willen meten, je hebt echter wel het
vertrouwen dat alle items het zelfde concept
meten.
Typologies
Classificering van observaties op basis van
hun kenmerken van twee of meer variabelen
09. Survey Research
Surveys zijn geschikt voor:
beschrijvende, verklarende en verkennende
doeleinden
individuen zijn analyseeenheden
in ieder geval is de respondent een individu
geschikt voor het verkrijgen van data om een
groep te beschrijven die te groot is om te
observeren
zeer geschikt om meningen en houdingen
binnen een grote populatie te meten
poll's
Sterke punten
1. Handig om de karakteristieken van een
grote populatie te beschrijven
2. Door vragenlijsten is het mogelijk om
grote samples te maken
3. Surveys zijn flexibel in de zin dat
je veel vragen kunt stellen over een
onderwerp > geeft je flexibiliteit in
dataanalyse
4. Mate van betrouwbaarheid in de zin
dat je iedereen de zelfde vragen stelt
en dat je dezelfde waarde geeft aandeel
antwoorden van de respondenten.
Zwakke punten
1. Standaardisatie leidt tot beperkingen
"By designing questions that will be at least minimally
appropriate to all respondents, you may miss what is most
appropriate to many respondents" (p. 287)
2. Kan moeilijk omgaan met de context van het sociale leven
3. Surveys zijn niet flexibel in de zin dat ze in de periode
van afname onveranderd moeten blijven.
4. Kunstmatig verkrijgen van antwoorden
Ze meten niet sociale actie, maar verzamelen selfreports
van de teruggehaalde acties of hypothetische situaties >
altijd de perceptie van de respondent bij benadering
"Survey research is generally weak on validity and strong
onnreliability" (p .288)
Vragenlijsten
specifiek ontworpen om informatie te verkrijgen
die nuttig is voor de analyse
bestaan vaak uit vragen en stellingen: geeft je
meer flexibiliteit in het ontwerp en maakt de
vragenlijst interessanter.
moeten zo ontworpen zijn dat de respondent
exact weet wat de onderzoeker vraagt
Vraag o.a. een ding, waar ook maar een
antwoord op gegeven kan worden: 'doublebarreledquestions'.
zijn de respondenten in staat om een goed
, betekenisvol antwoord op de vraag te
geven?
Respondenten moeten wel antwoord 'willen'
geven > anonimiteit kan helpen
Vragen moeten relevant zijn voor de
respondenten
In situaties waar de respondenten iets niet
weten, geen mening hebben of er neutraal
tegen over staan, hebben we idealiter dat ze dat
aangeven, vaak is dat niet het geval.
Korte en duidelijke items
Ga er vanuit dat respondenten items snel zullen
lezen en snel antwoord zullen geven
Duidelijke, korte items die niet
onjuist geïnterpreteerd kunnen
worden
Voorkom negatieve woorden
Voorkom bias en sociaal wenselijke antwoorden
De betekenis van een antwoord van een
respondent hangt af van de vraagstelling.
sommige vraagstellingen lokken specifieke
antwoorden uit.
bias
de kwaliteit van het meetinstrument dat neigt te
resulteren in de misinterpretatie van wat wordt
gemeten in een bepaalde richting > een
vooringenomen positie
soms is het biaseffect moeilijk te voorspellen >
zit ook in de bewoording.
ook een term kan een specifieke reactie
uitlokken > voorkom termen
sociaal wenselijke antwoorden
Open vragen
de respondent vult zelf het antwoord in
kan dus ook een antwoord zijn waar de
onderzoeker niets aan heeft
antwoorden moeten gecodeerd worden voor
computeranalyse
de onderzoeker moet hiervoor de antwoorden
interpreteren > risico voor misverstanden en
bias
Gesloten vragen
de respondent selecteert antwoordmogelijkheid
uit een door de onderzoeker opgestelde lijst
1. Deze lijst moet alle antwoordmogelijkheden
bevatten
2. De antwoordmogelijkheden moeten elkaar
uitsluiten: de respondent voelt zich niet
verpicht om meer dan een optie te kiezen.
leidt tot betere uniformiteit van antwoorden en
is beter voor computeranalyse
Ontwikkelen van vragenlijsten
Algemene format voor vragenlijst
Duidelijke layout en overzichtelijk
Er mogen geen vragen gemist worden
Ga niet 'proppen' als je denkt dat een
vragenlijst te lang wordt.
Niet meerdere vragen op een regel of gebruik
maken van afkortingen
Formats voor respondenten
Contingency questions
Sommige vragen zijn relevant voor de ene maar
niet voor de andere.
Een vraag gericht op enkele respondenten
afhankelijk van het antwoord op eerdere vragen
Sommige contingency vragen kunnen ook
gesteld worden als een enkele vraag
keuze hangt of groep respondenten het als
prettig zou ervaren om die vraag zo te
beantwoorden
Gebruik heldere instructies > navigeren door de
vragenlijst moet helder zijn
Matrixvragen
Bij vragen die dezelfde antwoordcategorieen
gebruiken
Voordelen
1. Efficient ruimte gebruik
2. Respondenten ervaren het als 'snel invullen'
3. Kan het vergelijken van antwoorden door
respondenten en de onderzoeker versterken
Nadelen
1. Je gaat de antwoordmogelijkeden zo
formuleren dat ze in de matrix passen, terwijl je
misschien beter gedient bij ander type
antwoorden
2. Je creëert een 'antwoordhouding' bij
respondenten: snel lezen, overal hetzelfde
invullen als je denkt dat het allemaal hetzelfde
onderwerp betekent.
kan je voorkomen door afwisseling van
orientaties van antwoordmogelijkheden
Volgorde van vragen
de volgorde heeft effect op de antwoorden
dit effect is echter niet uniform
de vragen willekeurig maken heeft geen effect
1. de respondenten ervaren de vragenlijst als
chaotisch en waardeloos
2. moeilijk om te beantwoorden, je moet steeds
schakelen
3. ook bij een willekeurige vragenlijst heb je het
effect van de ene vraag op de andere, maar nu
kun je het niet beinvloeden
je kan wel een inschatting maken van het effect
om zo de resultaten betekenisvol te
interpreteren
meerdere vragenlijsten met een verschillende
volgorde is een optie
de gewenste volgorde
zelfafgenomen vragenlijsten
begin met de meest interessante items
de eerste items moeten niet bedreigend zijn
demografische data aan het einde > saai > wil je
niet aan het begin
interview vragenlijst
eerst de 'saaie, demografische data' > makkelijk
te beantwoorden > krijg je een band met je
respondent
Instructies
duidelijke instructies
vooral bij verschillende vraagtypes of
antwoordmogelijkheden
korte introducties
helpt de respondent bij het betekenisvol maken
van de vragenlijst
zorgt ervoor dat de vragenlijst minder chaotisch
aanvoelt
zorgt voor de juiste mindset voor het
beantwoorden van de vragen
Pretest
Laat een groep mensen de vragenlijst invullen,
zo komen fouten naar boven, eerder dan
doornemen van de vragenlijst
'cognitive interviewing'
het verzamelen van meningen over de
vragenlijsten van de respondenten zelf
Typen vragenlijsten
1. Vragenlijsten om zelf in te vullen
als onderzoekers de vragenlijsten zelf uitdelen
en/of ophalen is de kans dat de vragenlijst
compleet wordt ingevuld groter
houdt bij wanneer je de vragenlijsten terug
krijgt
codeer ze
bijv. ingevuld deels ingevuld niet ingevuld
hoe verloopt het proces?
tijdens periode invullen vragenlijst kan er iets
gebeuren dat het proces kan beinvloeden
response rate
het aantal mensen dat de vragenlijsten heeft
ingevuld gedeeld door het aantal mensen in de
sample (%)
completion rate / return rate
nonresponse bias is een probleem
is de groep die de vragenlijst heeft ingevuld een
juiste afspiegeling van de totale populatie?
Vaak geschikt voor gevoelige onderwerpen
waar anonimiteit van vragenlijst een
voordeel is > mensen eerder geneigd
eerlijk te antwoorden
2. Vragenlijsten afgenomen door interviewers
voordelen
1. Hogere response rate
neemt echter wel af (met name deurtotdeur
interviews en telefonische interviews)
2. Minder antwoorden als 'weet ik niet' of 'geen
antwoord'
4. Tegelijkertijd observeren van respondenten
en vragen stellen > vragen aanpassen aan
situatie
3. Interviewer kan vraag extra toelichten,
daardoor grotere kans op een relevant
antwoord
De interviewer moet een neutraal medium zijn
waardoor vragen en antwoorden uitgezonden
worden.
bias interviewer speelt altijd een rol
Handvatten voor afnemen interviews
1. Verschijning en houding
je verschijning of de impressie van je
verschijning beinvloedt de vooringenomenheid
van de respondenten of de bereidheid om mee
te doen
Wees oprecht geintresseerd en wees bewust
van de tijdsinvestering van de respondent
2. Sta boven de stof
a. Ken de vragen uit je hoofd en spreek ze
natuurlijk uit
b. Pas de vragen aan aan de context van de
respondent, als dat noodzakelijk is: begrijp hoe
de respondent de vraag zou moeten
interpreteren in zijn situatie
3. Volg de exacte bewoording van de vragen
een interventie door de interviewer (hoe logisch
ook) maakt de kans groter dat de data
beinvloedt wordt
4. Transcribeer de antwoorden exact
belangrijk omdat je in het begin nog niet weet
hoe je de antwoorden gaat coderen
je kan in de marges wel iets zeggen over de
context van het gezegde...
5. Doorvragen
probe
een verzoek om bij een incompleet antwoord
een uitweiding van het antwoord te krijgen
de 'probe'vragen zijn neutraal
6. Coordinatie en controle
Zeker als er meer dan een interviewer betrokken
is
trainen
supervisie
het gedrag van interviewers verandert gedurende
de periode van afnemen van meerdere interviews
zorg voor specificaties die uitleggen hoe je
omgaat met lastige of verwarrende situaties
tijdens het afnemen van het interview
7. Ethiek
Vertrouwelijkheid van informatie
De mogelijkheid van psychische schade bij de
respondenten
Minder geschikt voor gevoelige
onderwerpen, beter voor complexere
onderwerpen
3. Vragenlijsten afgenomen via de telefoon
random digit dialing
invloed van mobiele telefoon
de afstand zorgt er voor dat respondenten
eerlijker antwoorden, eerder geneigd zijn om
niet sociaal wenselijk te antwoorden
4. Online vragenlijsten
nieuwste trend
vraagstuk van representiviteit: zijn de mensen
die benadert worden via het web een
representatieve steekproef van de gehele
populatie?
Niet iedereen kan worden bereikt via internet
(wordt natuurlijk steeds minder) of voelt zich
comfortabel om online een vragenlijst in te
voeren.
Do's en don'ts voor het afnemen van online
surveys (pp 284285)
Online surveys hebben ongeveer dezelfde
response rates vergelijkbaar met die van
vragenlijsten per post
Secondary analysis
Een vorm van onderzoek waarbij de data die verzameld is door
een andere onderzoeker nog een keer geanalyseerd wordt door
een andere onderzoeker voor andere doeleinden
Voordelen
1. Goedkoper en sneller
2. Voordeel van werk top professionals
(afhankelijk van de persoon)
3. Versterkt mogelijkheid voor
metaanalyse
Nadelen
Is de vragenlijst of de antwoorden
valide genoeg voor het onderzoek dat jij
doet?
10. Qualitative Field Research
13. Qualitative Data Analysis (tot p. 406)
kwalitatieve analyse
de niet cijfermatige bestudering en interpretatie
van observaties met als doel het ontdekken
van onderliggende betekenissen en patronen
in relaties
ontdekken van patronen
Lofland et al (2006): 6 verschillende manieren om
naar patronen te kijken tijdens onderzoek
1. Frequenties
2. Magnitude/sterkte
3. Structuren
4. Processen
5. Oorzaken
6. Consequenties
crosscase analyse
een analyse dat het bestuderen van meer dan
een casus inhoud
variableoriented analysis
een analyse dat een specifeke variabele
beschrijft of verklaart
nomothetische verklaring
caseoriented analysis
een analyse met als doel het streven naar het
begrijpen van een specifieke casus of
meerdere cases door goed te kijken naar de
details van elke casus.
ideografische beschrijving
grounded theory method (GTM)
een inductieve benadering waar theorieen
alleen ontstaan door het bestuderen van data
in plaats van deductief verkregen
Glaser & Strauss (1967)
constant comparative method
1. Vergelijken van incidenten die van
toepassing zijn in elke categorie
2. Integreren van categorieen en hun
kenmerken
3. Afbakenen van de theorie
4. Het schrijven van de theorie
het schrijven is onderdeel van het
onderzoeksproces
semiotiek
het bestuderen van symbolen en hun
geassocieerde betekenis
de zoektocht naar de betekenis die bewust of
onbewust geassocieerd worden met symbolen
conversation analysis (CA)
een zeer nauwkeurige analyse van de details
van een gesprek, gebaseerd op een volledig
transscript inclusief pauzes, 'umhm's', etc.
Silverman (1999): drie fundamentele aannames
1. Een gesprek is een sociaal gestructureerde
activiteit: gedragsregels
2. Een gesprek moet je begrijpen in de context
3. De structuur en de betekenis van een
gesprek wordt begrepen door een zeer
uitgebreide en accuraat transcript van het
gesprek
kwalitatieve dataverwerking
coderen
classificeren of categoriseren van losse stukjes
data gekoppeld aan een database
met als doel het ontdekken van patronen in de
data
voor statistische analyse is het van belang om
een gestandaardiseerde analyse eenheid te
identificeren voor je gaat coderen
voor kwalitatieve analyse is het het concept dat
de organiserende principe achter kwalitiatief
coderen is
coderingen
1. open coding
het initiele classificeren en labelen van
concepten in kwalitatieve data analyse
resultaat is de identificatie van meerdere
concepten relevant voor het onderzoeksthema
2. axial coding
het reanalyseren van de resultaten van het
open coding proces in de GTM, gericht op
identificeren van beangrijke, generieke
concepten
3. selective coding
in GMT is de basis van deze analyse de
resultaten van open coding en axial coding om
het centrale concept te identificeren dat alle
andere concepten omvat.
elke eenheid kan meer dan een code hebben
en er kan ook sprake zijn van een
hierarchische code
memo's
1. code notes
identificeren de code labels en hun betekenis
2. theoretische memo's
3. operationele memo's
methodologische onderwerpen
concept mapping
de grafische representatie van concepten en
hun interrelaties, nuttig bij het formuleren van
een theorie
42 1