GESLOTEN LANDBOUWGEMEENSCHAP (kenmerken)
dieet van de meeste middeleeuwers
lente tot herfst: vegetarisch en vooral graan
activiteit door heen het jaar
maart - augustus: zaaien tot en met oogsten
september - november: varkens vetmesten
december - februari: klusjes (bijv. herstellingen)
autarkie
middeleeuwse landbouwgmeenschappen produceren wat ze nodig hebben
ontstaan agrarische middeleeuwen
vanaf late oudheid: afname centraal gezag in het Romeinse Rijk
=> afname handel en steden
=>vlucht naar het platteland: mensen zoeken bescherming bij heren
=>onstaan van dominaal stelsel, horigheid en de lijfeigenschap
dominaal stelsel
heer geeft bescherming en grond
in ruil krijgt de heer van de boer
een deel van de oogst = CIJNZEN
horige
= mag de grond van de heer niet verlaten
lijfeigene
=speciaal soort horige
lichaam is bezit van de heer
mag wel niet gedood worden zoals een slaaf in de klassieke oudheid
kan geen bezit nalaten na zijn/haar dood
KERNBEGRIPPEN
landbouwproductie
hoeveelheid voedsel en andere landbouwproducten
landbouwproductiviteit
hoeveel arbeiders, grond en tijd heb je nodig om een bepaalde hoeveelheid landbouwproducten te produceren?
landbouwinnovatie
nieuwe technieken en andere uitvindingen maken de landbouw gemakkelijker en efficiënter => landbouwproductiviteit stijgt
landbouwrevolutie = agrarische revolutie
snelle en grote verandering in de landbouw
gevolg: snelle verandering in de maatschappij
neolitische revolutie
eerste landbouwrevolutie of agrarische revolutie,
10.000 - 12.000 jaar geleden
naast jager-verzamelaars nu ook landbouwers
meer voedsel door landbouw => bevolking stijgt
minder gevarieerd voedsel
=> hogere kans op misoogsten en hongersnood
= mensen leefden vooral op het platteland en deden aan landbouw
TIJD:
MIDDELEEUWEN (476 - 1492)
vooral VROEGE MIDDELEEUWEN (476 - 10 DE EEUW)
VERSTEDELIJKING IN HOGE EN LAGE MIDDELEEUWEN
VERANDERINGEN IN DE LANDBOUW
(vooral vanaf einde vroege middeleeuwen)
klimatologische veranderingen
KLEINE IJSTIJD
: late middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd (1300 - 1850)
negatieve impact op de landbouw!
KLIMAATSOPTIMUM
in de vroege middeleeuwen
(midden 10de eeuw tot midden 13de eeuw; max. ca. 11de /12de eeuw)
optimale temperatuur voor landbouw
technische veranderingen
HAAKPLOEG -> KEERPLOEG (vanaf 13de eeuw)
=> dieper in de grond, maar meer trekkracht nodig
=> HALSBAND (nijpt slagader en luchtpijp toe)-> GAREEL
(druk wordt verlegt naar de borst)
organisatorische veranderingen
TWEESLAGSTELSEL -> DRIESLAGSTELSEL vanaf midden 8ste eeuw)
geografische veranderingen
ZEESPIEGEL DAALT (Belgische kust in de middeleeuwen, sterker vanaf 1000)
ontginningen
= natuur -> landbouwgrond
GEVOLGEN
meer landbouwproductie = meer voedsel => groeiende bevolking
hogere landbouwproductiviteit: minder mensen in de landbouw nodig (meer handelaren en ambachtslui in steden)
verhoogd landbouwproductie en - productiviteit
verhoogd enkel landbouwproductie
door de mens
door de natuur
boeren zijn ongezonder en kleiner dan jager- verzamelaar